In 1935 begon schoolhoofd Jan (Johannes) Nowee (1901-1958) met het schrijven van de Arendsoogboeken. Arendsoog was niet het eerste werk van de Haagse schrijver: hij was al daarvoor bij uitgeverij Spaarnestad auteur van vele kinder- en educatieve boeken. Met Arendsoog sloeg hij echter een volstrekt andere richting in, gebaseerd op zijn ervaringen in de bibliotheek waar hij vrijwilligerswerk deed. Daar was de vraag naar boeken van vooral Karl May enorm, boeken die Nowee echter voor deze doelgroep niet geschikt vond. Omdat er eigenlijk geen enkel alternatief was, besloot hij zelf de pen op te pakken. Arendsoog werd geboren.
Het streng katholieke Spaarnestad moest niets hebben van het nieuwe boek, ondanks dat de eveneens zeer gelovige Johannes Nowee het goed had laten keuren door een katholieke keuringscommissie. Spaarnestad meldde: "Tegenover het knallen van zóóveel schoten heeft 'de Geest' geen kans". Uiteverij Malmberg durfde het avontuur wel aan en gaf tot aan zijn dood 19 volledige delen uit. Na zijn dood in 1958 werd er nog een, al bijna voltooid, Arendsoog-boek uitgebracht. Dit boek was voor het grootste gedeelte al door J. Nowee geschreven en werd afgemaakt door zijn zoon Paul Nowee (1936-1993).







